Sozio 1 2025

Sozio 1 2025

Opleiding, beroep & professionalisering

2025

Omschrijving

Column Arjan Bolt: Niet puzzelen, maar voelen

Ggz: Kijk ook naar dat wat het lichaam vertelt

Twentse Technologie in Sociaal Werk 

Aansluiten bij problemen en talenten
Waarde van een talentenscan voor ouderen met multi-problematiek

Don Bosco

Vakmanschap
Resultaten van onderzoek bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

Ook onderwijs kan socialer

Mensenrechten aan de keukentafel

Nieuwe opleiding inspireert en versterkt professionals in de gehandicaptenzorg

Over de complexiteit van de vraag naar kennis-gestuurd handelen in de praktijk van het forensisch sociaal domein

Ervaringskennis als professionele waarde in de ggz

Waarom normatieve professionalisering?

Nieuw Landelijk opleidingsprofiel Social Work in de maak

Deskundig of ondeskundig
De helpende moestuintjes van AH

Ervaringsdeskundigheid in de ggz:
Transformeren of aansluiten

Aansluiten bij problemen en talenten

Aansluiten bij problemen en talenten

Bij ouderen met multi-problematiek ligt een oplossingsgerichte aanpak voor de hand. Valkuil hierbij is dat ouderen eenzijdig worden benaderd: wat gaat niet goed? Ouderenmaatschappelijk werkers in Rotterdam gebruiken een talentenscan om ook de positieve kanten van hun cliënt in beeld te krijgen. Kenniscentrum Zorginnovatie onderzocht de eerste ervaringen.

Benadering vanuit problemen beperkt
Ouderen wonen langer thuis dan voorheen. Verreweg de meeste ouderen redden zich prima zelfstandig, soms met wat hulp van naasten. Dit artikel gaat over de relatief kleine groep ouderen met multi-problematiek: mensen met problemen in verschillende levensdomeinen die elkaar versterken. Vooreelden van veel voorkomende problemen in een grote stad als Rotterdam zijn eenzaamheid, financiële problemen, cognitieve problematiek, laaggeletterdheid en vervuiling. Ouderen kunnen bij multi-problematiek worden aangemeld bij ouderenmaatschappelijk werkers van wijkteams.
Omdat problemen vaak de reden zijn waarom ouderen aangemeld worden, lijkt een oplossingsgerichte werkstijl passend. Hierin schuilt echter wel een risico, namelijk dat ouderen voornamelijk worden benaderd vanuit hun problemen en kwetsbaarheid, terwijl hun mogelijkheden en kracht onderbelicht blijven. Ouderen willen worden gezien als volwaardig mens en kunnen het als denigrerend ervaren als er uitsluitend aandacht is voor gesignaleerde problemen (Hupkens et al., 2020). Ouderen herkennen zich niet in de kwetsbaarheid die hun door de maatschappij wordt toegeschreven. Eventuele kwetsbaarheid wordt in hun ervaring in balans gehouden door positieve aspecten, waardoor er toch zin in - en kwaliteit van - leven is (Dury et al., 2018). Om beter aan te sluiten bij de beleving van ouderen is het daarom belangrijk om ook naar die positieve aspecten te kijken.

Meer info
3,90
Column Arjan Bolt: Niet puzzelen, maar voelen

Column Arjan Bolt: Niet puzzelen, maar voelen

Er wandelt een vaag bekende blonde man achter een kinderwagen door de stad. Een voice-over zegt: ‘Niet elk kind krijgt wat het nodig heeft.’ En ik kan het weten. Ik heb lang geworsteld met mijn eigen opvoeding. De machtige band tussen ouders en kinderen, ik ben het in een ander licht gaan zien. En dat heeft alles te maken met mijn laatste stage.

De man is Nicolaas Veul. Programmamaker en presentator. De scene met de wandelwagen is de proloog van de vijfdelige documentaire serie ‘Een valse start – 100 dagen in de jeugd- en gezinszorg’, die onlangs door de VPRO is uitgezonden. De opzet is anders dan veel andere documentaires over de jeugdzorg. Presentator Nicolaas registreert niet alleen, hij laat zich onderdompelen in zijn onderwerp. Door stage te lopen als pedagogisch medewerker in een open groep waar uithuisgeplaatste kinderen verblijven. Een gevalletje professionalisering in honderd dagen. 
De groepsleiders van de Wilgenbos, een leefgroep waar tien jongens in de basisschoolleeftijd worden opgevangen en een coach, begeleiden Nicolaas. Net zo goed gaat hij in de leer bij de kinderen van de Wilgenbos. Levi, die zijn vader verloor en daarom troost put uit het nummer ‘I’m still standing’ van Elton John. Jelle die al een jaar op een ‘crisisplek’ in de groep verblijft, en niemand die weet waar hij hierna moet gaan wonen, omdat hij in geen enkele categorie lijkt te passen. En Damian die zijn groepsgenootje Jelle troost met de woorden ‘Je ouders denken altijd aan je, ook al kunnen ze je niet bellen’. Jefflen, vaak gepest vanwege zijn uitstekende voortanden, die later tandarts wil worden.

Meer info
Gratis
Deskundig of ondeskundig?

Deskundig of ondeskundig?

Het begrip ervaringsdeskundige komt steeds duidelijker op de kaart te staan. Het is inmiddels in de ggz en de maatschappelijke opvang heel gebruikelijk om ervaringsdeskundigen te betrekken bij diverse processen en soorten van besluitvorming. De ervaringsdeskundige is steeds vaker goed opgeleid en daarbij kan de ervaringsdeskundige een goede gesprekspartner zijn.
Er lijkt inmiddels wel overeenstemming over het volgende te zijn: naast de theoretische en wetenschappelijke kennisbronnen is ervaringskennis een derde, gelijkwaardige bron. Volgens sommigen helaas nog te vaak een ondergeschoven kindje.
Dit roept dan weer de vraag op: Wat is ervoor nodig om ervaringsdeskundige te worden? Waar iedereen het wel over eens lijkt te zijn, is dat een ervaringsdeskundige deskundig is over en vanuit zijn eigen ervaring. Waar men het niet over eens lijkt te zijn, is welke deskundigheid je nodig hebt om daarmee een ander te ondersteunen. Welke opleiding(en) heb je nodig? Heb je sowieso opleidingen nodig of is het opdoen van ervaringen in de school des levens het belangrijkst?

Er is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar om ervaringswerk ook te professionaliseren (zie bijvoorbeeld Boer et al., 2018). Dit vinden wij een heel goede ontwikkeling: het is een prima zaak dat er inmiddels een ruim opleidingsaanbod voor ervaringsdeskundigen is: van korte trainingen tot een Masters (bij Windesheim) zie Master Ervaringsdeskundigheid | deeltijd Zwolle | Windesheim. Opleidingen zijn ook nodig om ‘tijd te kunnen schrijven’, zoals in FACT (Flexible Assertive Community Treatment) teams. Maar hoe zit het dan met de ervaringsdeskundige die zonder allerlei opleidingen anderen wil ondersteunen? We noemen dit nu voor het gemak de ‘authentieke ’ervaringsdeskundige. Is daar nog wel plaats voor? Wij vinden van wel.

De ontwikkeling tot ervaringsdeskundige In het Prisma woordenboek staat bij de term ‘Ervaringsdeskundige’ het volgende: “Ervaringsdeskundige m-v [-n] iemand die door ervaring deskundig is geworden op een bepaald terrein”. Deze algemeen gebruikte term zorgt, behalve voor waardering voor het hebben van eigen ervaring, ook voor veel verschillende gezichtspunten.

De een noemt iedereen met eigen ervaring ervaringsdeskundig, de ander zegt dat die deskundigheid door reflectie en verdere ervaring verworven wordt. Ook zijn er mensen die zeggen dat deskundigheid alleen door opleiding verworven kan worden. Over de ontwikkeling tot ervaringsdeskundige is al veel geschreven door onder andere Hilko Timmer (Boertien & van Bakel, 2012)

Meer info
3,90
Don Bosco

Don Bosco

“Kun je je moeder vertellen wat dit plaatje betekent?” Even neemt hij plaats op een stoeltje om uit te leggen wat er in zijn hoofd gebeurt als het oranje of rood wordt.

Hij weet ook te vertellen dat rondjes rennen dan eigenlijk slimmer is dan ruzie maken. Dan is het weer tijd om te voetballen en ondertussen het gesprek met zijn moeder goed in de gaten te houden. Moeder spreekt al een beetje Nederlands en heeft met hulp van haar mentor bij Don Bosco een behandelaar voor haar zoontje gevonden die haar taal volledig machtig is. Samen met haar mentor plannen zij nu de volgende gesprekken met deze behandelaar in, waarbij telkens iemand vanuit Don Bosco aanwezig is. Wel zo prettig, want zij kennen haar zoon goed en zij komt haar zoon hier drie keer per week brengen en halen. Dat gaat altijd gepaard met een kop thee in de ‘ontmoetingsruimte’ en een hartelijk onthaal. Maar belangrijker is dat haar zoon hier welkom is en dat, ondanks de soms wat onhandige momenten, ook gebleven is. Dat bouwt vertrouwen.
Van oudsher was Don Bosco een opvangplek voor jongeren, waar zij veilig konden verblijven en te eten kregen. De Broeders deden toen al wat nodig was en dat is men blijven doen. Het lijkt erop dat de wereld om hen heen is veranderd en dat écht doen wat nodig is, is voorbehouden aan een smallere doelgroep. De doelgroep heeft zich zo gevormd naar de werkwijze en gek genoeg niet andersom. Voor veel kinderen en jongeren is er nu reguliere opvang, ondersteuning,
begeleiding en behandeling. Juist die kinderen en gezinnen die in de gaten van het systeem terechtkomen, kloppen nu bij Don Bosco aan. Het knappe is dat de zes medewerkers met elkaar de werkwijze en bijbehorende regels helder hebben en er tegelijkertijd op iedere regel uitzonderingen te maken zijn. Maatwerk is de norm, evenals continu evalueren en aanpassen. Hiervoor heeft men wekelijks een gestructureerd en methodisch overleg op basis van de theorie van geweldloos verzet; de ene week casuïstiek en de andere week beleid

Meer info
3,90
Ervaringsdeskundigheid in de ggz: Transformeren of aansluiten

Ervaringsdeskundigheid in de ggz: Transformeren of aansluiten

In gesprek met Cassandra Barkman (Radicaal activist in verbinding| doorleefde ervaring| GGZ- agoog. Werkzaam bij Altrecht en UMC-U)

Cassandra’s reis
Elke ochtend staat Cassandra op met haar drie huisdieren: Sami, de hond, en Isis en Wolf, haar katten. Ze begroet de dag met een mengeling van strijdlust en eenzaamheidgevoelens. Haar missie is duidelijk: de rol van ervaringsdeskundigheid in de ggz transformeren. Maar terwijl ze zich op de barricades begeeft, keert ze 's avonds terug naar een leeg huis. Haar leven is als een paradox: als activist zet ze zich aanhoudend in voor verbinding en erkenning, maar in haar persoonlijke leven ervaart ze nog elke dag de kloof die het systeem heeft geslagen.

Cassandra ontdekte vijf jaar geleden dat de eerder verkregen diagnose schizofrenie onjuist was. Dit had diepe impact op haar identiteitsgevoel. Na jaren van therapie en medicatie moest ze zichzelf opnieuw ontdekken. Ze volgde trainingen in systemisch coachen en familieopstellingen en begon haar verleden te herinterpreteren. Ook haar trainers achtergrond in de Intentional Peer Support (de enige in Nederland overigens), heeft veel bijgedragen tot begrip over wat haar is overkomen. Haar zoektocht bracht haar tot een pijnlijk besef: het ggz-systeem heeft niet alleen geholpen, maar ook schade aangericht. En ze is niet de enige met deze ervaring. Tegelijkertijd is ze al een tijdlang aan het werk voor Altrecht en later ook UMC Utrecht, met een strijdbare missie.

De missie: een gelijkwaardig gesprek
De vraag die Cassandra bezighoudt, is hoe ervaringsdeskundigheid zich moet verhouden tot de ggz. Moeten ervaringsdeskundigen zich aansluiten bij het bestaande systeem, of is anderszins een transformatie nodig? In de praktijk zien we steeds vaker dat ervaringsdeskundigen worden ingebed in teams. Op het eerste gezicht een positieve ontwikkeling, maar Cassandra ziet een gevaar: het risico bestaat dat zij onderdeel worden van een systeem dat nog steeds in termen van ziekte en stoornissen denkt.
Cassandra pleit voor sterke peer support-omgevingen buiten de ggz, zoals ENIK Recovery College of outreachende peer support-teams. Het huidige systeem benadrukt de afhankelijkheid van zorg, terwijl een laagdrempelige toegang tot ervaringskennis veel problemen eerder zou kunnen signaleren en mensen sneller zou kunnen helpen. Waarom zou de toegang tot ggz niet net zo eenvoudig kunnen zijn als bijvoorbeeld een bezoek aan de fysiotherapeut? Dan zouden mensen wellicht sneller en gerichter hulp kunnen ontvangen en zich daar ook weer los van maken. Het gaat er hierbij ook om dat de ervaringskennis van de mensen zelf richtinggevend mag zijn.

Meer info
3,90
Ervaringskennis als professionele waarde in de ggz

Ervaringskennis als professionele waarde in de ggz

Werken met ervaringskennis als professionele waarde in de ggz krijgt steeds meer aandacht binnen de geestelijke gezondheidszorg, die tegelijkertijd zeer technocratisch en interventionistisch georiënteerd is. Naast ervaringsdeskundigen kunnen ook traditionele professionals ervaringskennis benutten. In deze bijdrage staan we stil bij resultaten uit promotieonderzoek en de dagelijkse praktijk van een psychiater en directeur van een ggz instelling.

Ervaringskennis is een vorm van kennis die nog niet overal even bekend of erkend is, maar toch in toenemende mate een plek verwerft binnen de geestelijke gezondheidszorg. Oud-cliënten die werkzaam zijn in een nieuwe rol als ervaringsdeskundige hebben de afgelopen 20- 25 jaar de weg bereid voor een coming out van traditionele zorgprofessionals zoals verpleegkundigen, sociaal werkers, humanistische geestelijke verzorgers, vaktherapeuten, psychologen en psychiaters.
Psychotherapeuten beschouwden reeds decennia geleden eigen trauma’s en levensontwrichtende ervaringen en de daaruit volgende post traumatic growth als een bijzondere capaciteit. Jung introduceerde in dit verband de term ‘wounded healer’ (1951). Terry Blum en Paul Roman (1985) wezen erop dat de kennis van ‘recovered counselors’ van een andere aard is dan de academische kennis van de professionals. Een ervaringsdeskundige heeft immers levenslessen geleerd, terwijl de professional zijn kennis en vaardigheden opdeed binnen opleidingsverband. Kunnen deze echter niet beiden van toepassing zijn?
Met de opkomst van het evidence-based werken verdween de persoonlijk doorleefde vorm van kennis naar de achtergrond, het werd niet meer relevant gevonden, de kennis werd te subjectief geacht (Weerman et al., 2012). In onze huidige ggz zien we de neiging om het persoonlijke buiten de professionele arena te houden, de norm lijkt professionele distantie ondanks dat ook bekend is, dat gepaste nabijheid juist door cliënten gewaardeerd wordt. Een paradoxale bijkomstigheid daarbij is dat een aanzienlijk deel van de reguliere professionals zelf ook te maken heeft (gehad) met psychisch lijden. Als dit echter geen plek mag krijgen in de hulpverlening, is dit wellicht een gemiste opportuniteit. Ervaringskennis draagt namelijk interessante waarden bij zich, waar alle zorgprofessionals uit kunnen putten, zoals: gelijkwaardigheid, authenticiteit, erkenning en zeggenschap. 
Hoe kunnen ook behandelaren binnen de ggz ervaringskennis en -deskundigheid meenemen in hun werk? In dit artikel zullen wij ingaan op de uitkomsten van een promotieonderzoek naar de betekenis van ervaringskennis onder zorgprofessionals en geven we een inkijkje in de praktijk van psychiater Olaf Galisch.

Meer info
3,90
Ggz: Stop met alleen praten

Ggz: Stop met alleen praten

Ben je eenmaal aan de beurt bij de ggz, dan gaat de behandeling nog niet beginnen. Voor het bepalen van de behandelstrategie worden er, door de zorgprofessional, eerst vragen gesteld. Maar praten over dat wat er is, is voor veel cliënten een worsteling. Als gevolg van stress blokkeert het brein en daardoor het denken. Het maakt het verwoorden van gevoelens, gedachten en behoeften lastig. Het levert niet alleen extra spanning op, maar maakt de antwoorden ook onbetrouwbaar. Toch baseren zorgverleners zich op deze antwoorden bij het vaststellen van een behandelplan. Mede hierdoor moet het plan, als het er eenmaal is, ook nog regelmatig bijgesteld worden, omdat het niet werkt. Dit belemmert niet alleen de doorstroom van de zorg. Het zorgt voor teleurstelling en frustratie bij beide partijen. Bij de veelal gedreven hardwerkende zorgverlener die niets liever wil dan zijn cliënt ondersteunen. En bij de cliënt in het bijzonder die hoopt van zijn klachten af te komen. Het kan ook anders. Door te kijken naar dat wat de cliënt middels zijn lichaam vertelt, als aanvulling op de gespreksvoering. Het levert een schat aan extra informatie op.

Zit je in psychische nood, dan moet je lang wachten op hulp. Gemiddeld tien weken. En jongeren wachten nog langer, gemiddeld veertien weken. Dit blijkt uit de Voortgangsrapportage Aanpak Wachttijden 2024 (VWS-VNG) van afgelopen november.

Vorige maand maakte ik (holistisch werkend fysiomanueeltherapeut) kennis met een jongere van 17. Ze snijdt zichzelf en kampt met angsten. Sinds een jaar zit ze thuis. Niet in staat naar school te gaan of naar vrienden. Wekenlang wachtte ze op hulp. Hoopvol ging ze naar de eerste afspraak bij de ggz. ‘Ik dacht, nu ga ik eindelijk aan de slag.’ Maar waar ze verlangde naar een oplossing bestonden de sessies uit ‘erover praten’. De uitleg was: je kan pas beginnen als je weet wat er speelt. Na zes sessies vraagt ze mij om advies. Plukkend aan haar haren, met de schouders naar voren en haar ogen naar de grond gericht, doet ze fluisterend haar verhaal. ‘Mijn angst is zo uitvergroot door al dat gepraat. Nu weet ik helemaal niet meer wat ik denk en voel.’Met haar gebeurde zoals het Trimbos (Rapport in de wachtstand, 2024) recent vaststelde: lang wachten op een behandelplan verhoogt de kans op uitval na start van de behandeling.

Meer info
3,90
Mensenrechten aan de keukentafel

Mensenrechten aan de keukentafel

Het is 11 uur ’s ochtends. Aan de keukentafel zit een getraumatiseerde man. Naast hem ligt zijn labrador, die hij wil trainen om hem te helpen in het dagelijks leven. ‘Zonder mijn hond raak ik weer depressief’, zegt hij. ‘Dan kom ik niet meer buiten.’

Terwijl je luistert, denk je aan het teamoverleg eerder die ochtend, waar een collega opmerkte dat de gemeente niet verplicht is om de kosten voor assistentiehondentraining te vergoeden. Tegelijk weet je dat deze hond essentieel is voor de zelfstandigheid van deze man en voor zijn deelname aan het sociale leven. Volg je de regels en wijs je de voorziening af, of ga je voor maatwerk, ondanks beperkte middelen en strikte gemeentelijke kaders?
Sociaal werkers in buurtteams staan regelmatig voor zulke dilemma’s, of het nu gaat om de toekenning voor huishoudelijke hulp, specialistische begeleiding of een persoonsgebonden budget (PGB). Deze besluiten kunnen diep ingrijpen in het leven van mensen en raken fundamentele rechten op het gebied van zorg, zelfstandig wonen en gelijke behandeling. Steeds balanceren zij tussen de behoeften van mensen, wettelijke kaders en financiering.

Tussen droom en daad staan wetten in de weg
Op 1 januari 2025 vierden de decentralisaties van rijksoverheidstaken naar gemeenten, zoals vastgelegd in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet, hun tienjarig jubileum. Deze verschuiving is vaak omschreven als de grootste verbouwing van onze verzorgingsstaat sinds de oprichting ervan. Een van de achterliggende gedachten van de decentralisatie klonk logisch: lokale overheden, die dicht bij de inwoner staan, zouden beter in staat zijn om in te spelen op de specifieke behoeften, door beleid integraal uit te voeren en maatwerk te leveren aan cliënten. In de meeste gemeenten werden buurtteams opgericht en zo kreeg het sociaal werk een sleutelpositie: aan de poort van gemeentelijke voorzieningen.

Hoewel de Wmo 2015 maatwerk als juridische norm verankert, ontstaat in de praktijk eerder een ‘maatwerkfuik’: gemeenten lopen vast door budgettaire en juridische beperkingen, de handelingsruimte voor professionals is beperkt, en de werkelijke behoeften van cliënten worden uiteindelijk niet gehoord (Linthorst, 2024). Want hoe kun je nu ‘naast cliënten staan’, wat de oorspronkelijke bedoeling was, terwijl er eigenlijk te weinig middelen en mensen beschikbaar zijn? Onder het credo ‘doen wat nodig is’ zouden sociaal werkers de noodzakelijkheid van gemeentelijke zorg en ondersteuning moeten kunnen inschatten. Daar zou het gesprek met de inwoner over moeten gaan: in dialoog gaan en uitvinden wat nodig is.

Meer info
3,90
Nieuw Landelijk opleidingsprofiel Social Work in de maak

Nieuw Landelijk opleidingsprofiel Social Work in de maak

Er komt een nieuw landelijk opleidingsprofiel bachelor Social Work. Het nieuwe landelijk opleidingsprofiel vervangt het huidige opleidingsprofiel en zal richtinggevend zijn voor alle negentien Social Work opleidingen in Nederland.

Waarom een nieuw landelijk opleidingsprofiel Social Work?
Het huidige opleidingsdocument Sociaal Werk stamt uit 2017 en kwam in de plaats van de aparte opleidingsprofielen van de toenmalige sociale opleidingen MWD, SPH, CMV en aan sommige hogescholen Pedagogiek en Social Work. Dit gebeurde naar aanleiding van het rapport Meer van waarde (2014), waarin geadviseerd werd om de verschillende sociale opleidingen samen te voegen tot een Social Work opleiding, met de drie profielen Welzijn & Samenleving, Jeugd en Zorg. Dit is vervolgens vastgelegd in het huidige opleidingsprofiel.

Afgelopen jaren is er in de samenleving, in het werkveld en in het hoger onderwijs, veel gebeurd en veranderd. Er is bijvoorbeeld een beroepsprofiel Sociaal Werk verschenen (BPSW, 2022). Er is meer aandacht gekomen voor flexibilisering in het onderwijs, ook ingegeven door de personeelstekorten. Er zijn demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, technologische ontwikkelingen, zoals AI, en sociale ontwikkelingen zoals polarisatie, die ook betekenis hebben voor sociaal werkers en de mensen waarmee sociaal werkers werken. En opleidingen Social Work gaven aan dat de kaders van het huidige landelijke opleidingsprofiel steeds minder goed pasten bij het werkveld en de studenten (Le Sage et al., 2021).

Meer info
3,90
Nieuwe opleiding inspireert en versterkt professionals in de gehandicaptenzorg

Nieuwe opleiding inspireert en versterkt professionals in de gehandicaptenzorg

Professionals in de gehandicaptenzorg hebben steeds vaker te maken met een complexere doelgroep. De roep vanuit het werkveld om gespecialiseerde professionals klinkt luid. Reden voor Hogeschool Inholland om de Associate degree Sociaal Werk, gericht op de gehandicaptenzorg, te ontwikkelen. Begin vorig jaar ging de eerste lichting studenten van start. Coördinator Iris Munster en student Kirsten Monné delen hun ervaringen.

Hoe is deze nieuwe opleiding Associate degree Sociaal Werk ontstaan?
“Echt uit de behoefte van het werkveld. Organisaties uit de gehandicaptenzorg klopten een paar jaar geleden bij Inholland aan om te praten over meer opleidingsmogelijkheden voor hun medewerkers. De bacheloropleiding Social Work is heel breed en sluit soms niet helemaal aan op de specifieke kennis die nodig is in de gehandicaptenzorg. De vraag naar hoger opgeleid en gespecialiseerd personeel is groot.
We weten uit de werkgeversenquête van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn dat professionals in de gehandicaptenzorg het vaakst worden bijgeschoold. Dat is niet voor niets. En in deze sector werken ook veel zij-instromers die van hun werkgever vaak nog wel een opleiding in de zorg moeten volgen. De zorgorganisaties, waar de personeelstekorten zo groot zijn, willen graag gemotiveerde mensen werven en hopen ook dat een gespecialiseerde opleiding meer mensen over streep trekt om voor de zorg te kiezen. Vanuit deze vragen en behoeftes zijn we deze Associate degree gaan ontwikkelen, een tweejarige, praktijkgerichte hbo-opleiding Sociaal Werk, specifiek voor professionals en zij-instromers die werken met de doelgroep. ”

Meer info
3,90
Ook onderwijs kan socialer

Ook onderwijs kan socialer

Het STAP-budget, een subsidieregeling waarmee studenten tot 1000 euro per jaar aan scholingsbudget ontvangen, bestaat helaas niet meer.

Als docenten in het sociaal onderwijs zagen we dat hierdoor ook veel sociaal werkers, mantelzorgers en vrijwilligers uit onze klaslokalen zijn verdwenen. Dit vinden wij een beweging in de verkeerde richting. Daarom ontwikkelden we een alternatief op het STAP-budget voor sociaal onderwijs; de Acadius-studievoucher waarmee studenten tot 1000 euro studiebudget per opleiding kunnen inzetten.
Met dit sociale onderwijsinitiatief is het lesgeld voor een erkende korte beroepsopleiding geen 1200 euro, maar slechts 200 euro. Voor sommige beroepsopleidingen is het lesgeld zelfs 100 euro. Studenten kunnen hun studievoucher voor drie opleidingen inzetten en besparen zo mogelijk tot 3000 euro op hun studiekosten Dat is een significante besparing en uniek voor een CRKBO-erkende onderwijsinstelling met opleidingen in het sociaal domein. Wat is de visie achter dit sociale onderwijsinitiatief? Dit artikel gaat in op het waarom en hoe we dit sociale initiatief realiseren. Verder leggen wij uit hoe je de studievoucher kunt inzetten voor jezelf of voor je cliënten.

Onderwijs als antwoord op maatschappelijke vraagstukken
In de maatschappelijke discussie over de participatiesamenleving gaat het vaak over de inzet van zorgprofessionals, burgers en overheid. Maar volwassenenonderwijs wordt meestal niet genoemd. Toch bevinden wij als docenten en methodiekontwikkelaars ons in een sleutelpositie om antwoorden te bieden op maatschappelijke knel- en pijnpunten van deze tijd.
Een voorbeeld van een pijnpunt zijn de wachtlijsten in de jeugdzorg. Ongeveer een op zeven kinderen ontvangt een vorm van jeugdzorg. De groei vindt voornamelijk plaats binnen jeugdhulp zonder verblijf. Ook weten we dat het overgrote deel van jeugdigen voldoende is geholpen met lichte psychosociale ondersteuning (Jeugdautoriteit, 2024).

Meer info
3,90
Over de complexiteit van de vraag naar kennis-gestuurd handelen in de praktijk van het forensisch sociaal domein

Over de complexiteit van de vraag naar kennis-gestuurd handelen in de praktijk van het forensisch sociaal domein

Werken in het forensisch sociaal domein is een vak apart. De omgang met cliënten (in het vervolg justitiabelen genoemd) staat daar in het kader van justitiële regelgeving. Rechtelijke uitspraken over opgelegde doelen en beperkingen en de praktische consequenties die daaruit voortvloeien, zijn bepalend voor het handelen.

Als lector Begeleidingskunde, zelf helemaal niet geschoold in het forensische domein, ben ik betrokken geraakt bij onderzoek naar het gebruik van kennisbronnen door werkers in dit veld. Het onderzoek is, zoals gebruikelijk voor mij als begeleidingskundige, niet alleen feitelijk beschrijvend en verklarend bedoeld (welke kennisbronnen worden gebruikt en hoe werken die door in het handelen?), maar ook ontwikkelend (hoe kunnen we het gesprek met elkaar over kennisbronnen zodanig voeren dat we leren die steeds beter te hanteren en te combineren). In het onderzoeksvoorstel is daarom de volgende centrale vraag geformuleerd: 
Welke werkwijzen ondersteunen werkers in het forensisch sociaal domein om wetenschappelijke kennis, professionele expertise en cliëntexpertise in te zetten en te verbinden bij besluitvorming in hun professioneel handelen met justitiabelen?
De achtergrond van deze vraagstelling is gelegen in het normatieve uitgangspunt dat het belangrijk is dat de professionals in dit domein bereid zijn om hun handelswijzen rond concrete situaties kritisch te bevragen op basis van beschikbare kennisbronnen en zich bewust te worden van de doorwerking van eigen vanzelfsprekendheden en impliciete uitgangspunten in het werk Het is mijn opgave in dit onderzoek om manieren aan te dragen en verder te ontwikkelen waarlangs dit lerende gesprek over het hanteren van kennisbronnen en werkwijzen gevoerd kan worden. De bedoeling is dat dat gebeurt volgens een gelaagde aanpak: ik train en begeleid begeleiders en onderzoekers die dit gesprek in zogenaamde ontwikkelteams in hun eigen organisaties gaan ondersteunen. Dit artikel kan gelezen worden als een verwerking van een eerste bijeenkomst in dit traject en daarmee ook een poging tot bewustwording van mijn eigen impliciete uitgangspunten en vanzelfsprekende handelswijzen.

Meer info
3,90
Sozio 1 2025 - Opleiding, beroep & professionalisering (complete editie)

Sozio 1 2025 - Opleiding, beroep & professionalisering (complete editie)

Column Arjan Bolt: Niet puzzelen, maar voelen

Ggz: Kijk ook naar dat wat het lichaam vertelt

Twentse Technologie in Sociaal Werk 

Aansluiten bij problemen en talenten
Waarde van een talentenscan voor ouderen met multi-problematiek

Don Bosco

Vakmanschap
Resultaten van onderzoek bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

Ook onderwijs kan socialer

Mensenrechten aan de keukentafel

Nieuwe opleiding inspireert en versterkt professionals in de gehandicaptenzorg

Over de complexiteit van de vraag naar kennis-gestuurd handelen in de praktijk van het forensisch sociaal domein

Ervaringskennis als professionele waarde in de ggz

Waarom normatieve professionalisering?

Nieuw Landelijk opleidingsprofiel Social Work in de maak

Deskundig of ondeskundig
De helpende moestuintjes van AH

Ervaringsdeskundigheid in de ggz:
Transformeren of aansluiten

Meer info
14,95
Twentse Technologie in Sociaal Werk

Twentse Technologie in Sociaal Werk

In de Werkplaats Sociaal Domein Twente (WSDT) komt het thema technologie steeds vaker ter sprake. Sociaal werk organisaties zijn nieuwsgierig naar de mogelijkheden van technologische toepassingen in de praktijk van de sociaal werker. In de bijeenkomsten van de WSDT wisselen praktijkorganisaties en de hogeschool kennis uit over initiatieven en onderzoeken ze veelbelovende innovaties van partners om uit te breiden naar andere partners in de regio. We merken dat er behoefte is aan concrete voorbeelden van technologie en de meerwaarde daarvan in het sociaal domein.

In de Werkplaats Sociaal Domein Twente (WSDT) komt het thema technologie steeds vaker ter sprake. Sociaal werk organisaties zijn nieuwsgierig naar de mogelijkheden van technologische toepassingen in de praktijk van de sociaal werker. In de bijeenkomsten van de WSDT wisselen praktijkorganisaties en de hogeschool kennis uit over initiatieven en onderzoeken ze veelbelovende innovaties van partners om uit te breiden naar andere partners in de regio. We merken dat er behoefte is aan concrete voorbeelden van technologie en de meerwaarde daarvan in het sociaal domein. 
Hoewel er al de nodige technologische innovaties zijn ontwikkeld, blijkt een effectieve implementatie en structureel gebruik lastig (Bos, 2019). Soms komt het doordat de toepassing niet goed ingebed is in het werkproces en de werkinhoud, soms is de technologie zelf niet volwassen genoeg en soms is er simpelweg geen geld om aan duurzame implementatie te werken. De technologieën die we laten zien voldoen aan duurzame implementatie.
Dit artikel is bedoeld om te inspireren. We presenteren drie voorbeelden van hoe social workers sociale technologie in hun werk toepassen.

Meer info
3,90
Vakmanschap in de jeugdbescherming

Vakmanschap in de jeugdbescherming

Jeugdbeschermers zetten zich in om de veiligheid en ontwikkeling van kinderen en jongeren te waarborgen in soms uiterst complexe gezinssituaties. Maar wat maakt een jeugdbeschermer werkelijk vakbekwaam? Met deze vraag in gedachten startte Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) een onderzoek naar het vakmanschap van jeugdbeschermers. Dit artikel presenteert de belangrijkste bevindingen, met als doel een beeld te schetsen van de vaardigheden, kennis en houding die essentieel zijn in dit beroep.


Onderzoek van het Verwey Jonker Instituut (2022) toonde aan dat kinderbeschermingsmaatregelen essentieel kunnen zijn voor het verbeteren van de veiligheid en ontwikkelingskansen van kinderen, en laat daarmee de meerwaarde zien van het werk van jeugdbeschermers. Ondanks deze meerwaarde staat het imago van de jeugdbeschermer in de maatschappelijke opinie onder druk. Daarom vraagt de landelijke campagne ‘Wat zou jij doen?’ die in september 2023 van start ging, aandacht voor het werk van jeugdbeschermers. Naast het geven van bekendheid aan het vak en de complexe aard ervan, wil de campagne ook het gevoel van trots op hun vak bevorderen bij jeugdbeschermers. In lijn met bovenstaande ontwikkelingen lanceerde JBRR het programma Vakmanschap, met als doelen
- het vergroten van de bekendheid en waardering voor het vak jeugdbeschermer;
- het expliciteren van het vakmanschap: wat houdt het precies in?
- het versterken van de beroepsidentiteit ten opzichte van bijvoorbeeld wijkteammedewerkers.

Meer info
3,90
Waarom normatieve professionalisering?

Waarom normatieve professionalisering?

In dit artikel schets ik in kort bestek een aantal hoofdlijnen uit het gedachtegoed rond normatieve professionalisering, met als doel om de urgentie daarvan in professionele praktijken aannemelijk te maken. Ik begin met enkele praktische voorbeelden.

Een ambtenaar bij de belastingdienst besluit om de kinderopvangtoeslag van bijna driehonderd ouders stop te zetten op verdenking van fraude. Een politieagent besluit een bekeuring te geven voor een klein vergrijp. Een psycholoog adviseert op grond van een aantal gesprekken en testen een sollicitant niet in dienst te nemen. Een leraar op een basisschool adviseert een leerling niet naar het VWO te sturen. Een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming adviseert na onderzoek een kind uit huis te plaatsen. Een hoogleraar besluit een proefschrift af te wijzen. Een sociaal werker adviseert op grond van een keukentafelgesprek een hulpaanvraag bij de gemeente af te wijzen. In al deze gevallen is sprake van professionals die op grond van eigen deskundigheid en bevoegdheid een advies geven of een besluit nemen dat, meer of minder, diep ingrijpt in het leven van andere mensen. Hun handelen heeft anders gezegd een normatieve lading. Met hun adviezen en besluiten oefenen zij professionele macht uit over het leven en de toekomst van andere mensen. Hun professionaliteit is verstrengeld met normativiteit.
In dit licht gezien heeft normatieve professionalisering betrekking op een bewuste, onderzoekende en ‘lerende’ omgang met de normatieve lading van het handelen van professionals en van degenen met wie en voor wie zij werken. Twee vragen dienen daarbij als leidraad. In de eerste plaats de vraag of het werk dat professionals uit hun hoofden en handen laten komen daadwerkelijk deugt. Is het goed werk in ambachtelijke zin? In de tweede plaats de vraag of dat werk ook deugd doet aan degenen voor wie het bestemd is. Het steeds opnieuw verbinden van de ambachtelijke kwaliteit van werk met de morele en politieke horizon daarvan, is voor mij het hart van normatieve professionalisering. Die verbinding is allerminst vanzelfsprekend. Een bekwaam uitgevoerde plofkraak, kan in ambachtelijke zin mooi werk zijn, maar blijft een misdrijf. De medewerkers van het fraudeteam van de Belastingdienst deden hun stinkende best om zoveel mogelijk fraudegevallen rond de kinderopvangtoeslag op te sporen, maar vragen naar proportionaliteit en rechtvaardigheid verdwenen in de coulissen. Ik denk dat veel professionals in hun werk dingen doen waar ze achteraf spijt van hebben.

Meer info
3,90